Wat doe jij?

Wat doe je eigenlijk voor werk? Deze vraag is mij afgelopen tijd vaker gesteld. En ik merk dat ik er geen direct antwoord op kan geven. Uiteraard niet omdat ik niet weet wat ik doe, maar meer hoe leg je het uit. Het begrip begeleider vind ik breed en pedagoog omvat niet alles. Wat dat betreft is mijn werk best divers. De diversiteit begint al met het verschil tussen kinderen en volwassenen. En dan de hulpvragen. De hulpvraag van iemand met een persoonlijkheidsstoornis kan heel anders zijn dan de hulpvraag van iemand zonder diagnose die vastloopt op het werk bijvoorbeeld. De één is gebaat bij een goed gesprek, de ander bij meer praktische hulp. Zo komt het voor dat ik na een  gesprek over zelfdoding over moet springen op hoe bereid je een maaltijd of sta ik tijdens een gesprek de vaat van 3 dagen weg te werken.

Tja ik weet niet wat ik dan precies doe. Noem het wat je wilt. Wat voor mij belangrijk is, is dat ik aansluit bij wat iemand op dat moment nodig heeft. En dat diegene er mag zijn met zijn unieke hulpvraag, zonder zich teveel, te klein, te min te voelen. Wat voor de één een grote zorg is, is voor de ander klein en andersom, maar zorgen blijven zorgen. En zorgen zijn er om te delen. Maar dat delen is vaak al een hele zorg op zich.

Vooral in de omgeving waar ik woon ligt er nog wel een taboe op hulp vragen, maar ik denk ook dat de tijd waarin wij leven hierheen rol in speelt. Afgelopen zondag werd het nog in een preek benoemd, het leven moet ten volle geleefd worden, snel, intens, alles moet eruit gehaald worden, tot letterlijk en figuurlijk de laatste druppel. Stilstand hoort daar niet bij. Helaas werkt de werkelijkheid anders. Soms loopt het leven anders dan je dacht en komt er stilstand. Dit hoeft niet eens alleen bij nare dingen te zijn. Ook als er bijvoorbeeld kinderen komen komt er even stilstand. Je moet een nieuwe balans vinden.

Incasseren en accepteren. Twee lastige begrippen waar we ons het liefst tegen verzetten of willen vermijden. En toch kunnen deze begrippen er uiteindelijk voor zorgen dat er lucht komt. Incasseren van consequenties in plaats van vluchten. Accepteren dat je een verdrietige periode doormaakt, dat je even niet zo vrolijk bent thuis.

Zodra je niet meer van jezelf verwacht dat je je anders voor moet doen dan hoe je je werkelijk voelt geef je jezelf ruimte. Ruimte om te gaan rouwen bijvoorbeeld. Ruimte om zorgen te delen zonder je teveel te voelen. Ruimte om een nieuw toekomstbeeld op te bouwen.

Share